Feijoa.

Feijoa is een tropische vrucht.

Feijoa is een ovale tropische vrucht ter grootte van een ei met een groene schil.
Het lichtgele vruchtvlees is qua smaak een combinatie van ananas en aardbei.
feijoa

Waar wordt hij gekweekt ?

De vrucht komt nu uit Nieuw-Zeeland, Californië en Australië.
De vrucht kan rauw gegeten worden, met een theelepel uit de schil geschept. Net als bij een kiwi.
Het kan geserveerd worden bij een kaasplank.
Je kunt het pocheren voor gebruik in vruchtensalades of gebruikt worden voor jam, gelei en sorbets.

De struik.

Het is een groenblijvende struik of tot 7 m hoge boom met een lichtgrijze schors en jonge twijgen die wit behaard zijn.
De tegenoverstaande bladeren zijn kortgesteeld, glad en glanzend aan de bovenzijde, ovaal, gaafrandig, leerachtig en 3-6 cm x 2-3 cm groot.
De onderzijde van het blad is zilverig behaard.

feijoa
De 3-4 cm brede, tweeslachtige bloemen groeien solitair of in kleine groepen bijeen.
De vier kroonbladeren zijn circa 2 cm lang, teruggeslagen en aan de bovenzijde karmijnrood, hoewel dat vaak niet goed te zien is omdat de witte onderzijde naar boven omgeslagen is.
De vier kelkbladen zijn kleiner, teruggeslagen, aan de bovenkant roodbruin en aan de onderkant viltig behaard.
In het midden van de bloem staan de talrijke rode, tot 2,5 cm lange meeldraden met gele helmknoppen en de centrale, rode stijl die langer en dikker is dan de meeldraden.
De vruchten zijn ei- of peervormig, bleekgroen of geelgroen en 4-8 × 3-7 cm groot.
Aan de basis van de vruchten blijft de bloemkelk behouden.
Het vruchtvlees is wit met een doorschijnend midden, korrelig en sappig.
Het smaakt zoetzurig en ruikt naar ananas.
De vrucht bevat twintig tot veertig of soms meer dan honderd kleine, langwerpige zaden.