Kaneel.

Kaneel – Cinnamomum zeylancicum

Kaneel wordt gemaakt van de gedroogde, binnenste bast van de kaneelboom.
Hij wordt al heel lang gewaardeerd als specerij.
Het werd geïntroduceerd in het Verre Oosten door de Feniciers.
En sindsdien wordt het als geurstof gebruikt.
Sinds de 9e eeuw wordt het in heel Europa gebruikt.
De Kaneel die wij tegenwoordig gebruiken komt hoofdzakelijk uit Sri Lanka.

 

kaneel

Herkomst en eigenschap.

Deze altijd groen boom kan in zijn natuurlijke habitat erg hoog worden.
De geurige bladeren zijn lang en donkergroen, en hebben een lichter gekleurde onderkant.
De kleine, gele bloemen worden donkerpaarse bessen.
De bast wordt gebruikt.
Kaneel kan van zaad worden opgekweekt of gestekt worden.
De uitlopers worden elke 2 tot 3 jaar gesnoeid, waarna de bast wordt verwijderd.
Deze wordt een hele dag gedroogd.
Het binnenste deel van de bast wordt verwijderd en deze krult tijdens het drogen vanzelf op.

Culinaire toepassingen :

In warme, kruidige drankjes als punch en bisschopswijn wordt het vaak gebruikt.
De stokjes kunnen ook in stoofschotels en fruitsalades gebruikt worden.
En je kunt ze mee laten trekken bij het maken van andere warme dranken.

Medicinale Toepassingen :

Het stimuleert de klieren, en wordt gebruikt om maagklachten te verzachten.
Het geeft warmte en is dus geschikt bij verkoudheid, griep of keelpijn.

 

Bewaren :

Het kan het beste in stokjes gekocht worden, maar bestaat ook in poervorm.
Gemalen heeft het een sterke smaak.
U moet het luchtdicht in een glazen potje bewaren, omdat het snel zijn geur verliest.
De beste kwaliteit is afkomstig van de dunne bast, die de lekkerste geur en smaak heeft.

Het wordt wel eens vergeleken met Cassia, die er ook erg op lijkt. Maar Cassia heeft een veel sterkere smaak