Selderij

 

Selderij – Apium graveolens.

De gecultiveerde bleekselderij uit Italie die wij sinds de 17e eeuw kennen, is afkomstig van de kleine wilde selderij die overal in Europa groeit.
We zoude de wilde plant, die eens als medicijn gebruikt werd, erg bitter vinden.
En toch werd hij al gebruikt als smaakstof.
De knapperige stengels en blaadjes van de gecultiveerde plant kunnen verwerkt worden in salades of gekookt worden in stoofschotels.
De zaadjes van de wilde selderij worden als specerij gebruikt.
Ze zijn aromatisch, maar bitter.

 

selderij
Culinaire toepassingen :

De zaadjes van de wilde selderij zijn sterk en bitter van smaak, dus u heeft er maar heel weinig van nodig.
Ze kunnen in hun geheel in soepen en stoofschotels gebruikt worden.
Gemalen en gemengd met zout kunnen ze prima als smaakstof dienen.
U kunt er ook een thee van maken.
Selderijzout, een mengsel van zout en selderij en etherische olie is goed verkrijgbaar.
Maar de houdbaarheid is zeer kort.

 

Medicinale Toepassingen :

Een zalfje voor extern gebruik tegen schimmelinfecties wordt gemaakt van het blad.
Het innemen van de zaadjes in kleine hoeveelheden verlicht de pijn van jicht, atritus en infecties aan de urinewegen.
Maar pas wel op met zaadjes die in de winkel verkrijgbaar zijn.
Deze zullen onwaarschijnlijk behandeld zijn met bestrijdingsmiddelen.

Op de zaadjes van de gecultiveerde versie kunt u kauwen om de bloeddruk te verlagen, de spijsvertering te bevorderen en reuma te behandelen.